De diagnosegroepen binnen de kinderrevalidatie zijn grofweg te onderscheiden in aandoeningen die zijn aangeboren en aandoeningen die op een later tijdtip zijn
ontstaan – de verworven letsels.
Aangeboren aandoeningen
Ruim de helft van alle kinderen of jongeren die revalideren heeft een cerebrale parese (CP). CP is een verzamelnaam voor een aantal symptomen. Bij kinderen met CP is het bewegen verstoord. Daarbij hebben ze vaak zintuiglijke problemen zoals slecht zien of horen en problemen bij het spreken en leren, of epileptische klachten. De oorzaak is een hersenbeschadiging die tijdens de zwangerschap, tijdens de geboorte of kort daarna is ontstaan.
Andere aangeboren aandoeningen zijn bijvoorbeeld een open ruggetje (spina bifida), afwijkingen aan armen of benen, motorische onhandigheid (DCD), spierziekten en dwerggroei.
Verworven aandoeningen
Voorbeelden van verworven aandoeningen zijn: hersenletsel (bijvoorbeeld na een verkeersongeval), gecompliceerde fracturen, een amputatie of een dwarslaesie - eigenlijk alle aandoeningen die ook bij volwassenen voorkomen. En ook kinderen en jongeren met jeugdreuma en chronische pijnklachten kunnen in de revalidatie terecht.